Historie

Afbeelding van de fabriek in Uithoorn, 1924
Afbeelding van de fabriek in Uithoorn, 1951
Afbeelding van de fabriek in Uithoorn, 1959
EMK Krimpen  pastel Herman Heijenbrock

U klikt de foto's aan om ze te vergroten -------->

Over de bedrijven in Uithoorn

In 1863 werd in Uithoorn door Nicolaas Mouthaan (1821-1880), een leerling van Gerrit Jan Mulder, de (later Koninklijke) Chemische Fabriek opgericht. Behalve zwavelzuur (volgens het loden-kamerproces) werd daar ook aluin, soda, bloedloogzout, Berlijns blauw, ijzersulfaat, chloorkalk en ammoniak vervaardigd.Het bedrijf, dat wel voornamelijk zwavelzuur produceerde, werd in 1891 overgenomen door de Amsterdamse concurrent Ketjen en Co. De nieuwe eigenaar breidde de eigen fabrieken in Amsterdam zodanig uit dat geen behoefte meer bestond aan continuering van de produktie bij de vestiging in Uithoorn. De fabriek werd na 1916 verkocht aan een Utrechtse sloper, die echter niet overging tot sloop. Met de distillatie van ruwe steenkoolteer, een afvalprodukt van Hoogovens, produceerde de fabriek onder de nieuwe naam Nederlandsche Teer en Asphalt Industrie wegenteer, een op dat moment veelgevraagd produkt. De naam van het bedrijf werd na een fusie in 1955 met de Utrechtse Asphaltfabriek veranderd in Chemische Industrie Uithoorn N.V. (Cindu).

De Stichting Pensioenfonds Cindu International is oorspronkelijk opgericht op 30 december 1950.

Het fonds was in het verleden verbonden aan toenmalige concern Cindu Key & Kramer N.V. Het concernonderdeel Key &Kramer te Maassluis werd in het verleden afgestoten en de pensioenen van de NWM N.V. (Nederlandse Wegtanker Maatschappij) werden ondergebracht bij het bedrijfstak pensioenfonds vervoer.

Uiteindelijk zijn nu de Uithoornse bedrijven Koppers Netherlands B.V. (voorheen Cindu Chemicals B.V.) en Resinall Rütgers Resins B.V. (voorheen Nevcin B.V., later Neville Chemical Europe B.V.) nog aangesloten bij het pensioenfonds. De werknemers van deze bedrijven bouwen nog pensioen op bij het fonds.

De stichting heeft ten doel aan de deelnemers en hun nagelaten betrekkingen uitkeringen te verschaffen bij ouderdom of overlijden. De stichting kan haar doelstelling uitbreiden tot het verstrekken van geldelijke uitkeringen bij invaliditeit en/of voor aanverwante voorzieningen.

In de eerste jaren van het bestaan van het fonds waren de pensioenregelingen erg bescheiden. In het reglement van 1 januari 1949 van het pensioenfonds Utrechtse Asphaltfabriek, een van de voorlopers van ons pensioenfonds lazen we onder meer dat alleen mannen deelnemer waren en dat bij een slechte gezondheid het fonds geen weduwenpensioen verzekerde. Ook als een deelnemer ouder dan 55 jaar trouwde, werd geen weduwenpensioen verzekerd:

  • deelnemers zijn de mannelijke werknemers, behorende tot de leden van het fabriekspersoneel
  • het wekelijks ouderdomspensioen bedraagt zoveel malen f. 0,20 als het aantal dienstjaren, doorgebracht in dienst van de werkgever, op de 65ste verjaardag zal bedragen
  • Het bestuur heeft de bevoegdheid het recht op weduwe- en wezenpensioen niet te verlenen of een recht op een lager weduwe- en wezenpensioen vast te stellen, indien een geneeskundig onderzoek heeft aangetoond dat de werknemer een minder dan normale gezondheid geniet. Dit geneeskundig onderzoek wordt eventueel ingesteld voor de datum van het huwelijk. Het geneeskundig onderzoek kan bij een tweede of volgend huwelijk herhaald worden
  • Is de deelhebber op de datum van het huwelijk of bij toetreding ouder dan 55 jaar, dan wordt geen recht op weduwe- en wezenpensioen verleend
  • Het recht op weduwepensioen vervalt bij hertrouwen van de weduwe
  • Het recht op weduwe- en wezenpensioen gaat verloren bij verblijf tussen de
  • keerkringen, tenzij door de werkgever of de deelhebber of gewezen deelhebber
  • extra premie wordt betaald
  • Voorzover de werkgever niet door collectieve arbeidsovereenkomsten gebonden
  • is, zal de werkgever het recht hebben te allen tijde de betaling van verdere bijdragen te staken of de bijdragen voor toekomstige jaren te verminderen